Bela Bartok

Kort geleden stond ik in de keuken prei te snijden voor de erwtensoep. Op mijn keukenradiootje klok duistere muziek,  Hertog Blauwbaard’s Burcht, opera van Bela Bartok, zelden uitgevoerd, maar dit was een heel mooie uitvoering, prachtig gezongen in het Hongaars. Taal en muziek versmolten  tot magistrale geluidskunst.

Djoeke riep vanuit de huiskamer dat ze het griezelige muziek vond. Djoeke is twee generaties jonger dan ik en opgegroeid met de Beetles en DoeMaar. Maar ze is wel ontvankelijk en kwam  naar de keuken om te vragen wat dat was, die enge muziek. “Het is een opera”, zei ik, “wèl  een Nederlandse uitvoering maar van een Hongaarse componist, Bela Bartok”.

“Echt waar?”  zei Djoeke ongelovig, “heet die man echt zo,?……..wat raar, de oom van mijn moeder had twee lieve grote  honden, de bruine heette Bela en de zwarte Bartok.”  Er volgde een verhaal over de leuke verrichtingen van die honden, maar de strenge schooljuf in mij was ontwaakt en ik legde uit dat Bela Bartok een belangrijke  figuur was in de westerse muziek, en dat hij in zijn jeugd, begin 20e eeuw,  Hongarije en Roemenie  had doorkruist om overal de dansen en liedjes van de boerenbevolking te registreren  met de toen pas ontwikkelde opname apparatuur van wasrollen. Met zijn vriend Zoltan Koday.  “Haha, dat zijn ook best  mooie hondenamen”., zei Djoeke”

Toen ik klaar was met mijn soepgroenten  zat ze met een diepe frons op de bank te zoeken op haar telefoon. “Ik heb het gevonden, die Bela Bartok, maar het is  erg veel informatie.” Dus zette ik de laptop aan en liet haar de Roemeense boerendansen horen, op de viool. En bruiloftsdansen uit Transsylvanie.  En u weet hoe een computer werkt, zo kwamen we vanzelf op de czardas, prachtige folklore met mooie mensen in mooie dracht, hoog opspringende mannen in geborduurde blouses, met stamplaarzen en een veer op hun boerenhoedje, sierlijk trippelende vrouwen, met witte kousen in korte laarsjes, in zwierend wijde rokken met kleurige randen…

Toen we ’s avonds tevreden achter onze soep zaten zei Djoeke peinzend…..wat gek eigenlijk, dat wij dat hier niet hebben, zulk dansen.

 

Zondebok zoeken.

Toen in de 14 eeuw de Zwarte Dood door Europa raasde en een kwart van de bevolking het loodje legde moest er een zondebok worden gezocht, niemand wist nog van rattenvlooien en bacteriën, dus zouden de Joden het wel op hun geweten hebben. Een latent anti-semitisme was altijd wel aanwezig en het was een koud kunstje om door marteling afgedwongen bekentenissen te krijgen. De kerk deed er ijverig aan mee. De Joden biechtten op dat zij van rabbi’s in Toledo zakjes gif kregen waar zij overal in Europa de waterbronnen moesten vergiften. Joodse gemeenschappen bleven vaak gespaard voor epidemieën, waarschijnlijk vanwege de hygiene die uit hun leefregels voortkwam. Maar dat was verdacht!

De angstige bevolking nam de Joden flink te grazen, bij honderdduizenden werden ze afgeslacht, verdronken,  vaak levend verbrand zoals 2000 Joden in Straatsburg, met als prettige bijkomstigheid dat de meute zich meester kon maken van hun bezittingen.  Bij iedere epidemie was het weer raak, de pogroms  betekenden het einde van de bloeiende Joodse gemeenschappen aan de Rijn, zodat de Joden en masse naar het oosten vluchtten, met name naar  Polen, waar zij beschermd werden door de toenmalige Poolse koningen en daar zelfs een status kregen.

De giftige haat die deze dagen door de sociale media in de richting van Mark Rutte wordt geventileerd is daar een slap aftreksel van. Onze Peroxyde Held  heeft hem al duizenden toekomstige doden in de schoenen geschoven.

Ook de mollah’s in Iran bakken ze bruin. “Corona is door de Amerikanen in Iran gebracht om het land te destabiliseren”. De allernieuwste aantijgingen komen uit China, er lopen geruchten dat het wel héél toevallig is dat het virus zich concentreerde in de stad Woehan,  dat zal daar wel zijn geënt  door Amerikaanse journalisten.

Men zou gaan denken dat Corona niet alleen de longen, maar van sommigen  ook de hersens aantast.

 

 

 

 

Boreaal handen schudden.

Wat een raar woord eigenlijk, vroeger gàf je iemand een hand, maar tegenwoordig moet je die hand schùdden. Zal wel komen door het oprukkende Engels…… shake hands. En die handdruk moet ferm zijn, niet slap of klam, mannen gaan wel eens  te ver en knijpen je hand tot moes. Maar dat is een teken van stoerheid, van karakter.

Het hoort bij onze identiteit. Ik herinner mij nog Rita Verdonk die voor de camera een achterlijke imam tegemoet trad met provocerend uitgestoken hand.  Baardmans weigerde die hand en dat was Rita’s bedoeling. De media smulden er van en er klonken  stemmen om het handenschudden in het Inburgeringsprogram op te nemen.

Ik heb er altijd een hekel aan gehad, vond het vies, vooral als dokters het doen. Die geven de hele dag handen, dat moeten ze tegenwoordig, om te laten zie dat zij ook maar gewone mensen zijn. Ik heb het eens vriendelijk geweigerd bij een specialist in het akademisch ziekenhuis, die dat heel begrijpelijk vond. Maandje later begroette een andere  dokter mij  met zijn hand voor de borst en zei vrolijk: “in uw dossier staat: geeft geen handen”.

Nu het niet meer mag vanwege het virus schijnt dat maatschappelijke beroering te veroorzaken. Men maakt  op TV en radio tuttige grapjes over groeten met elleboog of voet, terwijl het toch zo voor de hand ligt, vriendelijk knikken, of toch misschien even die hand voor de borst, een rustig hoffelijk gebaar. Zo doen mijn Koreaanse kennissen het ook, keurige lieden zijn dat.

Waar komt die handdruk in onze westerse cultuur eigenlijk vandaan? Denk even terug aan feodale tijden. Het was een begroeting met een achtergrond van agressie.Je moest altijd beducht zijn voor een doodklap met een zwaard of een dolksteek, al of niet in de rug. Dus netjes opgevoede ridders traden elkaar met geopende hand tegemoet om hun  goede bedoelingen te tonen, “ik doe niks, kijk maar, ik draag geen wapen”.

Dus van mij mag die gewoonte blijvend afgeschaft worden.En al dat zoenen hoeft van mij ook niet.

 

 

 

Stofbad

Beneden in het dal staat de Maas ongekend hoog, in onze straat blinken grote regenplassen en bij mij in de tuin klotst het water mij tegemoet. Mijn dorp ligt hoog op een Maasterras, dus het loopt allemaal snel weer weg, maar ojee, mijn arme kippen kunnen geen stofbadjes meer nemen. Bets en Bella zijn taaie tantes,ze hebben behalve hun veilige droge nachthok ook nog een afdak in een hoek van hun ren, maar als het even kan blijven ze rondscharrelen, soms laat ik ze uit de ren en dan krijgen ze de hele achtertuin tot hun beschikking. Het losse zand dat ik vorige week voor ze heb uitgestort is ook alweer doorweekt, dus daar kunnen ze niets mee.. Maar als het een paar dagen  niet regent ontstaat er toch weer een stukje droge bodem tussen de kornoeljes. Ze gaan dan dapper proberen om tussen de wortels van die struiken wat grond los te harken om zich in rond te wentelen, maar vandaag werd het helemaal niks.

Als het begint te duisteren zoeken ze uit zichzelf hun nachthok op en dat sluit dan ik af met een klep,  zodat ze veilig zijn voor de steenmarter.Ik was daar vanavond wat laat mee, het was al pikdonker. De ren ligt achterin de tuin,  en daar strompelde ik met in mijn ene hand dat klepje en de grote paraplu in de andere hand. Geen hand meer vrij voor de zaklantaarn. Soppend en glibberend op mijn clogs probeerde ik op de tast  de pen van de klep in het gat van het hok te steken…. wat een gedoe…… Maar het lukte.  Bets en Bella lieten zacht murmelend hun waardering blijken en ik wenste ze welterusten.

Het ei wordt duur betaald.

Schunnige planten

Toen de Zweedse geleerde Linnaeus erachter kwam hoe de voortplanting van planten in zijn werk ging maakte  dat een storm van afkeurende reacties los.  Hè bah, zou het waar zijn, die lieve door god geschapen bloemetjes deden wellustig aan sex, schandelijk! Vrouwen werden uit de leslokalen geweerd, zij mochten niet worden geconfronteerd met voorlichting  over het schunnige gedrag van ranonkel, margriet en sleutelbloem.

M3361S-3034

M3361S-3034

Ik las het in de nieuwsbrief van Vroege Vogels, het radioprogramma over natuur, milieu, klimaat en duurzaamheid. Iedere zondagmorgen van  07 tot 10 uur op NPO2.

Helleborus, de winterbloeier

helleborus lila Hier is-ie dan, mijn dappere Helleborus, hij komt uit in december, storm en slagregen deren hem niet, en er zijn ook geen beestjes die hem lekker vinden. Zijn bloemen kijken naar de grond zodat ze hun meeldraden droog houden als een parapluutje.Als de zaden rijp zijn vallen ze op de bodem, in twee, drie jaar heb je een hele rij, een heel veldje met Helleborus, ook in een steil talud kan hij zich goed ontwikkelen..Hij bloeit tot mei en daarna is het prachtige blad ook nog een lust voor het oog. Rondom staan de sneeuwklokjes, hier en daar een bosje kleine narcisjes, en daar tussendoor het longkruid. En nu maar wachten op de hommels, de tafels zijn gedekt.

Carnaval

Limburgers in den vreemde…..ook in Peru vieren ze in hun eentje met zijn tweeën Carnaval. …..en in hun tuin hoor ik de koolmees uitbundig zijn eerste lentelied jodelen.. Ik voer  hun kat, moet u weten….

peru maskerade

rozen snoeien

rozen_snoeien-2600_600

Vorige week ging  ik langs bij Truus. Het wordt tijd dat ik de rozen ga snoeien, zei ze, en ze wees op een stapel boeken op de keukentafel, vol artkelen over het snoeien van rozen, struikrozen, klimrozen, hondsrozen, ramblers. Het nieuwe snoeitangetje lag ernaast, een mooi rood tangetje. . We zijn in de tuin een uur bezig geweest met het beoordelen van uitlopers, valse scheuten,  knoppen en uitbotsels, we kwamen er niet uit en zijn maar een eindje gaan wandelen. De volgende dag kwam de buurman langs, die  ons vanuit zijn tuin had zien rondscharrelen Hij had zijn snoeitangetje bij zich,  een oud roestig tangetje.Laat mij maar effe zei hij.

Dat zit wel snor, die gaan groeien en bloeien, die rozen van Truus.

Maartse viooltjes voor Eduard.

Wij woonden 45 jaar naast elkaar, de familie B. en wij.

Mijn buurman  Eduard was al 6 jaar weduwnaar;  95 jaar is hij geworden en eigenlijk vond hij het welletjes. De geest was nog fris en helder, humor had hij ook nog, maar dat kromme stijve lichaam en die dove oren begonnen een last te worden. Hij is rustig weggegleden uit het leven en vorige week vrijdag hebben we in het crematorium van Eijsden afscheid van hem genomen.

Ik had in al die jaren  eigenlijk niks met hem, ik wist  dat hij een hoge ambtenaar bij het kadaster was, het was ten tijde van Dolle Mina en hij vond mij maar een linkse oproerkraaier. Onze kinderen waren tieners en gingen met elkaar om, maar Eduard was afstandelijk.  Hij werkte in ‘Roermond, juist ja, bij het kadaster. Ik werkte bij de Regionale Omroep Zuid en dat was in die jaren een bruisend gebeuren. Dus we leefden in gescheiden werelden.  Ik vond hem een saaie man.  Toen ik na mijn pensioen  vrijwilliger werd bij het CNME was ik dan ook erg verbaasd dat iedereen daar hem kende. Eduard B. bleek een autoriteit, had voor het Natuurhistorisch Genootschap de geillustreerde Atlas van de wilde flora in Zuid-Limburg gemaakt, daar was veel veldwerk aan vooraf gegaan, hij was Eduard B. de botanicus,  hij had er nog een lintje voor gekregen. Hij wist alles over wilde planten maar had een diepe afkeer van cultivars, hij noemde dat minachtend tuincentrumplantjes. Nog weer later kon je bij hem terecht met vragen over de sterrenhemel, wist-ie ook alles van.

Ik als naaste buur heb bij alle buren geld opgehaald voor een mooie laatste groet, men gaf met gulle hand, en zo kwam ik terecht bij ons tuincentrum voor een volimineus rouwboeket. “Het is voor Eduard”, zei ik ,” hou het een beetje simpel en natuurlijk, geen toestanden, anthuriums ofzo, je weet dat hij niks had met dit soort bloemen, als het nou lente was konden we een grote bos fluitekruid op zijn kist leggen, of koekoeksbloemen ” De tuinbaas begreep het, hij zou iets simpels bedenken, maar wel volimineus, want dat geld moest op.

En zo geschiede, veel familie had Eduard niet, maar het was toch een volle aula,  zijn kinderen en kleinkinderen, een verre neef, de  buurt natuurlijk, wel 10 heren van het  Natuurhistorische Genootschap en iemand van Groei en Bloei,  er waren nog een paar mooie toespraken en dat was het dan. Het is alweer een week geleden. Ik moet als naaste buur dagelijks de brievenbus inspecteren, want het huis is nu onbewoond. Vanmorgen zag ik onder die brievenbus een paar Maartse viooltjes staan, van die lieve paarse bloemetjes……. maarts viooltjeals  allerlaatste groet uit de wilde natuur aan Eduard de botanicus.

onze eekhoorn.

Onze buurteekhoorn zag ik vanmorgen soepel vanuit de noteboom in de berk springen, om te verdwijnen in de grote conifeer van de buren. Natuurlijk heeft hij/zij een mooie volle staart, maar dat lijfje leek mij wat schriel.  Ik denk dat die dieren te vroeg waker worden doordat het niet koud genoeg is. Dus zet ik vanavond weer een bakje kattebrokjes onder de tuintafel, beetje bijvoeren lijkt me wel goed. Maar pas als Bets en Bella weer opgesloten in hun ren zitten, want die twee boeven zijn gek op kattebrokjes.

Ik vind dat bakje ’s morgens altijd leeg terug. De vraag is dan wie het leeggegeten heeft, de eekhoorn of de steenmarter.

Of  de egel, want die ook wel eens te vroeg uit zijn winterslaap ontwaken. rode eekhoorn op noteboom

Niet alleen de gletschers en de poolkappen warmen op, in mijn tuin merken we het ook.