Wachtwoord kwijt.

Ik kan al een paar weken niet reageren op  blogs, mijn account schijnt verdampt te zijn, ik weet wachtwoord niet meer en heb nieuw  aangevraagd, maar dat lukt niet. wat moet ik doen.Behalve het alias FIALAS is er nog het vorige alias PONCKIE.

Nu maar eens kijken of ik dit logje kan plaatsen.

Advertenties

Red light district in Barneveld.

Een zeer aktieve vleermuiswerkgroep heeft bij de gemeente Barneveld gedaan gekregen dat in een bepaald buurtje de straatverlichting is getemperd, eigenlijk veranderd, want  ten behoeve van de vleermuizen stralen de lantaarns nu geen geel of wit, maar een roodachtig licht uit. De vleermuizen zullen er wel blij mee zijn, maar de buurt niet, die willen er vanaf:  “het lijkt wel of we in een rosse buurt wonen”, klagen ze.  Die lui van de Veluwe kunnen het weten,  ze komen soms met bussen naar Amsterdam om van  de bedrijvigheid op de Wallen te genieten.

De lange vingers van Lubbers.

Wordt u ook een pietsie wee van de lofzangen op Ruud Lubbers.? Ik ook en het lijkt mij nuttig er een vals nootje tegenin te zingen. Bijvoorbeeld over  zijn grote graai in de kas van het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds in de jaren 80. De schatkist had aanvulling nodig en de pensioenfondsen beschikten over ruime reserves. schandalig ruim, vond Lubbers en hij introduceerde de term <spek op de rug>, de pensioenfondsen hadden te veel spek op de rug en dat was slecht voor het monetaire evenwicht.

Dus hevelde hij miljarden over van de kas van het ABP naar de schatkist. Een enkele econoom waarschuwde, maar de media echoden Lubbers na: bah, helemaal verkeerd, al dat spek, weg ermee, wegsnijden! En zo geschiede. Het ABP zou er een stuk beter voorstaan als ze hun (=onze) miljarden hadden mogen behouden.

En dan de euro. Van vele kanten werd gewaarschuwd dat de euro nog lang niet kon worden ingevoerd vanwege het ontbreken van een gezamenlijke politieke basis in Europa. Maar Lubbers en Zalm duwden ons de euro door de strot. Handig voor het zakenleven en ook voor ons,  fijn toch, hoefden we niet meer te wisselen aan de grens.

De gevolgen hebben we gezien.

Sneu voor de jofele Rotterdammer dat hij een paar leuke internationale funkties misliep, maar zo gaat het nu eenmaal inde grotemensenwereld buiten onze grenzen.

Hji ruste in vrede.

 

 

 

Bets is aan de rui

Bella niet, vreemd is dat. Bella legt ook nog haar dagelijkse ei, terwijl Bets daar resoluut mee is gestopt.

Ik vind het een fout van de natuur, zo’n arme kip aan de rui zetten in januari. Januari was een zachte maand, maar Februari is met lichte vorst begonnen. Vanmorgen zag ik  met zorg  een dun laagje ijs op de vijver en de drinkbak,  maar  gelukkig beginnen er weer donsveertjes op Bets haar kale kont te groeien. En ik dek het hok af met dikke tuin stoelkussens en dubbel dekzeil. Want Bets moet warm gehouden worden.

Intussen bloeit er van alles in mijn tuin, de chamomeles (japanse kwee, kleine struik met gele vruchten in september.) bloeit nu al, met helderrode bloempjes.  De cariopteris prijkt met 1 blauw bloempje en de sneeuwklokjes worden al opzij gedrukt door de veel grotere lenteklokjes.  De winterakonieten, gele bolletjes met leuke groene clownskraagjes, kwamen op 2 januari al tussen de stenen gluren, en zijn nu vol in bloei. en vorige week dinsdag zong de merel, geen roepje maar een echt liedje, al was het maar kort. Omdat de egel nog rondspookt zet ik ’s avonds een bakje kattebrokjes voor hem neer, die zijn ’s morgens allemaal op. Maar wie weet deelt hij ze met de eekhoorn.1-DSCN0526

Het mooiste in mijn tuin zijn de helleborissen, ze dragen een vracht van lichtroze bloemen , soms donker lila,  en dan de Helleboris Foetidus, die bloeit met groen/gele schutbladen.  Helleboris voelt zich lekker in mijn Limburgse grond, ze zaaien zich woest uit en van de  tussen de tegels opkomende scheuten hebben sommigen ook al bloemen.

Poes Dolly  ligt te slapen onder de bank, naast de radiator.  Straks in de schemering  gaat ze de tuin inspecteren. En komt geheid zeker met een muis terug. Al dat moois waar ik zo blij mee ben  gaat aan haar voorbij.

 

Typisch Limburgs.

Ik  had een mooie donkere goulashsoep gemaakt en daar hoort een glaasje Madeira bij. In de drankenshop wachtte ik op mijn beurt, toen er een jongeman binnenkwam om een pak af te leveren. Een knappe jongen met een innemend gezicht, een bekend gezicht….maar nee, toch niet.  De winkeldame tekende de formulieren en ik flapte eruit  “ik dacht even dat ik naast Tom Dumoulin stond”. De andere klanten beaamden het, iedereen kent die kop inmiddels.

“Wie is dat?”, vroeg de jongen onzeker.  Hem werd uitgelegd dat Tom Dumoulin onze wereldberoemde onverslaanbare  fietser is, die de giro heeft gewonnen. “hij is van Mestreech”, verduidelijkte de winkeldame.

“ik ben van Sittard”. zei de jongen verontschuldigend.

 

de elfde van de elfde.

Het evenement Elfde van de Elfde is nog niet zo oud, het is zo’n 20 jaar geleden gewoon bedacht door ene Lei Meissen, als navolging van iets dergelijks in Keulen. Gisteren was het weer zover,  het begon precies om 11 minuten over 11, in heel Limburg daverde de carnavalsmuziek en op de pleinen huppelden bont uitgedoste mensen. Op 11 november geven de carnavalsverenigingen de “aftrap” van de Carnavalstijd, dus vanaf die dag zijn  ze maandenlang in touw om ons op te warmen voor de Drie Dolle Dagen.

Op diezelfde 11de  november wordt elk jaar  in het aangrenzende Wallonië de Armistice herdacht, de Wapenstilstand waarmee in 1919 een einde kwam aan de Grote Oorlog die voor België  dood en vernieling  heeft betekend. 11 November is daar een stille dag, alles is gesloten  en men gedenkt de gevallenen.

Wij hebben eens  op zo’n stille herfstdag een wandeling gemaakt rondom het dorp Berneau, vlak over de grens. Het café was dicht dus we  zaten op een muurtje ons boterhammetje te eten. Het dorpspleintje was verlaten en stil, totdat van om een hoek een groep mensen naderde,  gevolgd door een klein fanfarekorps.  De burgemeester, getooid met zwart/geel/rode sjerp schreed aan het hoofd van de stoet.  Ze gingen bloemen leggen bij het monument, u kent ze wel, die oorlogsmonumenten met een ijzeren hek eromheen,  die je in stad en dorp in heel België ziet. De burgemeester hield een toespraakje en de schoolmeester zei nog enkele stichtelijke woorden tegen de kinderen. Het was een indrukwekkend gebeuren, dat wij ontroerd gadesloegen.

Toen we na afloop van de plechtigheid het monument van dichtbij  gingen bekijken lazen we de namen van de gevallenen van toen,  Vlaamse, Waalse en Duitse namen. Want zo zit die streek in elkaar, men trok makkelijk over de grenzen, die grenzen waren er niet eens.

Die avond in Maastricht vielen we ongewild met onze neus in het luidruchtige carnavalsgedruis, ons hoofd nog helemaal bij de verstilde optocht in Berneau, zo dichtbij.   Er zijn nog wel degelijk grenzen, zeiden we tegen elkaar.

 

 

separatisme.

Zo’n 30 jaar geleden kwamen wij vaak in het Franse Catalonië, de omstreken van Perpignan. Lange wandelingen in ruig gebied met een groep Franse wandelaars,  we zagen voor het eerst sinaasappelen aan bomen groeien en op het plein zagen wij mensen van alle leeftijden in grote kringen de sardaigne dansen bij de snerpende meeslepende blaasmuziek van een kleine cobla band,  waarvan een soort schalmei met één hand werd bespeeld door een man die onder zijn arm ook een kleine trommel klemde.

In die tijd bestond er in dit gebied ook separatisme Hier en daar zagen we wel eens  auto’s  met OC, Occitan, of er liep ergens iemand met een vlag. Separatisten zwaaien graag met vlaggen. En inderdaad, het grote land Frankrijk is een boeiend mozaïek van onderling  verschillende regio’s. Voor een buitenlander zijn die verschillen aantrekkelijk, al die departementen hebben hun eigen geschiedenis, hun architectuur en hun soms vaag op het Frans lijkende taal.  Het Frans van Perpignan klinkt in mijn noordelijke oren net zo als  het Spaans van over de grens. Maar met zijn allen  voelen ze zich Fransen. Dat separatisme werd wat lacherig bekeken:  ach…..dat is iets van jonge jongens, die komen  daar  wel overheen als ze volwassen worden. En ik dacht aan de Voerstreek, bij ons over de grens, waar die sentimenten ook vanzelf waren verdampt.

Mijn vriend R. is geboren en getogen in Toulouse, hij spreekt zijn Frans met een prachtig knoflookaccent. Ik vraag hem wat hij denkt van dat opgewonden gedoe bij de buren. En net wat ik had verwacht, hij doet er lacherig over.

 

 

Kleine Napoleon.

Als  ik die kleine Napoleon in Barcelona bezig zie dan bruist mijn bloed, mijn Noord-Hollandse bloed. Zie hem daar staan, de armen vastberaden gekruist voor de borst, de grimmige blik op ramkoers! Hadden wij in Haarlem of Amsterdam maar zo’n dapper mannetje. Wij zouden ook wel los willen van Den Haag en Maastricht. Maar CvK Johan Remkes zie ik het nog niet durven, om te beginnen komt hij uit Groningen dus praat raar en bovendien is hij zelf zo’n man in een grijs pak. Hij heeft nu wel dat rapport geschreven over het gerechtigde wantrouwen van de burger in de Haagse politiek, maar van die politiek heeft hij zelf deel uitgemaakt, wat hem als beloning een comfortabele topfunktie in het Haarlemse Provinciehuis opleverde.

Als ik om mij heen kijk zie ik eigenlijk niemand die op de barricade durft om de afscheiding van Noord-Holland te bevechten. Van der Laan? Te lief en bovendien overleden. Job Cohen? Ook te lief en bovendien uitgerangeerd. Asscher? Niet de juiste lichaamstaal. Misschien Wim Pijbes, die heeft wel wat, dat is een man die door roeien en ruiten gaat om zijn wil door te drijven. Geboren in Veendam, dat wel, maar zonder dat accent. Pijbes is in woord en verschijning het prototype van de daadkrachtige Hollander. Geen stoelklever, want toen hij eigenhandig het Rijksmuseum had verbouwd ging hij eerst nog even met Obama op de foto en stapte daarna resoluut van het toneel. We moeten hem snel gaan polsen. Voor je ’t weet vragen ze hem voor die lastige vacature in het Stedelijk.

 

Oude Kerk in Amsterdam, een bijzonder museum.

Samen met de Indonesische kunstenaar Iswanto Hartono ontwikkelde de Oude Kerk een tentoonstelling in het kader van het EUROPALIA INDONESIA. Van 29 september tot en met 15 november 2017 verbindt Iswanto Hartono de geschiedenis van de Oude Kerk met het koloniaal verleden van Indonesië, vanuit een antropologisch en archeologisch perspectief.
Speciaal voor de Oude Kerk creëert Iswanto Hartono een aantal site-specifieke werken. Binnen dit monumentale gebouw overdenkt de kunstenaar het thema van kolonisatie dat onlosmakelijk met de geschiedenis van de Oude Kerk verbonden is. Kijk maar naar de vele praalgraven van de zeevaarders die op pad gingen om de wereld te koloniseren. Het waren deze mannen die als nationale helden geëerd werden, maar die inmiddels ook symbool staan voor een etnocentrische toe-eigening van de ‘ander’, op grond van een eigen cultureel perspectief.
Hartono bestudeerde de monumenten in de Oude Kerk en bracht deze in relatie tot de ontheemde monumenten op Banda (de Molukken), Jakarta en Sumatra (voormalig Nederlands-Indië, nu Indonesië). Ooit werden deze door de Nederlanders opgericht om gebeurtenissen of daden te memoreren die buiten de context van de gekoloniseerde culturen vielen. Tegenwoordig vragen we ons af wat deze monumenten exact herdenken. De verschrikkelijke annexatie, slavernij en onderdrukking? Of louter de aanwezigheid van een overheerser? In het licht hiervan creëert de kunstenaar nieuw werk dat ons bewust maakt van een koloniale historie, een verleden dat tegenwoordig zo vaak bewust vergeten wordt. In de loop van de tentoonstelling zal het werk langzaam vergaan, net zoals bepaalde culturen en tradities in Indonesië verdwenen zijn. En net zoals dit verleden nog amper erkend wordt door de Nederlanders. De tentoonstelling vindt plaats in een aantal stijlkamers.
iswanto hartono
Met zijn interdisciplinaire praktijk concentreert Iswanto Hartono zich voornamelijk op thema’s zoals geschiedenis, tijd, ruimte en stedelijkheid. De kunstenaar, opgeleid als architect, heeft een grote interesse in structuur en vorm en in alternatief gebruik van een ruimte. Hartono streeft naar een kritisch bewustzijn van een ruimte, onderzoekt wat dit begrip ‘ruimte’ nu eigenlijk inhoudt en hoe wij het als vanzelfsprekend ervaren. Hartono is in het bijzonder geïnteresseerd in Indonesische tradities en een geschiedenis die tegenwoordig vaak vergeten wordt. Ook in eerdere projecten stond het onderwerp van kolonisatie en de strijd om identiteit in een hedendaags Indonesië centraal.

——————————————————————————————————————————————–

Hierboven de tekst die de Oude Kerk  zelf verspreidt,  Ik wil er nog aan toevoegen de commentaar van mijn vriendin M., zij is indo en heeft als peuter met haar Indische moeder de oorlog doorgebracht in de kampong, bij haar grootmoeder. Haar Nederlandse vader heeft  de Birma spoorweg overleefd. M. zegt\; alle Nederlanders moeten deze tentoonstelling gaan zien, want ze weten niks.

 

Bets en Bella en de bloedluis.

Bets en Bella leggen dagelijks een onbespoten ei, zonder stempels en helemaal clean. jullie vragen je misschien af hoe die twee zonder gif aan de bloedluis ontsnappen. Ik doe mijn best, .gisteren heb ik het  nachthok geboend met groene zeep en spritus en toen het droog was de zitstok en kiertjes ingevet met vaseline. Want de luizen komen ’s nachts, als de kippen slapen. In al die vettigheid kunnen eventuele luizen mijn argeloze kipjes niet bespringen.

Ik vet dan ook nog paar maal per week hun poten in., goed wrijven tussen de schubben. Wisten jullie niet hè, kippen stammen af van de sauriërs en hebben geschubde poten.

De eierheisa wijt ik overigens aan Mariëlle Tweebeke die in Nieuwsuur de onhandige woordvoerder van de NVWA zodanig in de klem zette dat hij uiteindelijk maar gezegd heeft: “als je tot zondag zonder eieren kunt dan moet je ze zolang maar niet eten”. Tweebeke is voor de eierbranche net zo’n ramp als Joep van ’t Heck indertijd voor Buckler.

Het wordt tijd dat er een regering komt, dan hebben de media geen ruimte meer om ons dagelijks de eiercrisis en het vrouwenvoetbal door de strot te duwen.