Maandelijks archief: november 2017

Typisch Limburgs.

Ik  had een mooie donkere goulashsoep gemaakt en daar hoort een glaasje Madeira bij. In de drankenshop wachtte ik op mijn beurt, toen er een jongeman binnenkwam om een pak af te leveren. Een knappe jongen met een innemend gezicht, een bekend gezicht….maar nee, toch niet.  De winkeldame tekende de formulieren en ik flapte eruit  “ik dacht even dat ik naast Tom Dumoulin stond”. De andere klanten beaamden het, iedereen kent die kop inmiddels.

“Wie is dat?”, vroeg de jongen onzeker.  Hem werd uitgelegd dat Tom Dumoulin onze wereldberoemde onverslaanbare  fietser is, die de giro heeft gewonnen. “hij is van Mestreech”, verduidelijkte de winkeldame.

“ik ben van Sittard”. zei de jongen verontschuldigend.

 

Advertenties

de elfde van de elfde.

Het evenement Elfde van de Elfde is nog niet zo oud, het is zo’n 20 jaar geleden gewoon bedacht door ene Lei Meissen, als navolging van iets dergelijks in Keulen. Gisteren was het weer zover,  het begon precies om 11 minuten over 11, in heel Limburg daverde de carnavalsmuziek en op de pleinen huppelden bont uitgedoste mensen. Op 11 november geven de carnavalsverenigingen de “aftrap” van de Carnavalstijd, dus vanaf die dag zijn  ze maandenlang in touw om ons op te warmen voor de Drie Dolle Dagen.

Op diezelfde 11de  november wordt elk jaar  in het aangrenzende Wallonië de Armistice herdacht, de Wapenstilstand waarmee in 1919 een einde kwam aan de Grote Oorlog die voor België  dood en vernieling  heeft betekend. 11 November is daar een stille dag, alles is gesloten  en men gedenkt de gevallenen.

Wij hebben eens  op zo’n stille herfstdag een wandeling gemaakt rondom het dorp Berneau, vlak over de grens. Het café was dicht dus we  zaten op een muurtje ons boterhammetje te eten. Het dorpspleintje was verlaten en stil, totdat van om een hoek een groep mensen naderde,  gevolgd door een klein fanfarekorps.  De burgemeester, getooid met zwart/geel/rode sjerp schreed aan het hoofd van de stoet.  Ze gingen bloemen leggen bij het monument, u kent ze wel, die oorlogsmonumenten met een ijzeren hek eromheen,  die je in stad en dorp in heel België ziet. De burgemeester hield een toespraakje en de schoolmeester zei nog enkele stichtelijke woorden tegen de kinderen. Het was een indrukwekkend gebeuren, dat wij ontroerd gadesloegen.

Toen we na afloop van de plechtigheid het monument van dichtbij  gingen bekijken lazen we de namen van de gevallenen van toen,  Vlaamse, Waalse en Duitse namen. Want zo zit die streek in elkaar, men trok makkelijk over de grenzen, die grenzen waren er niet eens.

Die avond in Maastricht vielen we ongewild met onze neus in het luidruchtige carnavalsgedruis, ons hoofd nog helemaal bij de verstilde optocht in Berneau, zo dichtbij.   Er zijn nog wel degelijk grenzen, zeiden we tegen elkaar.