Categorie archief: natuur

Hogerop komen.

Om half 9 verscheen een hoogwerker bij mij voor de deur, een onheilspellend knalgeel stuk ijzerwerk op grote wielen dat kennelijk bedoeld was om iets te slopen of te vernielen. En inderdaad, hij werd naast  de tuin tegenover mijn huis gemanoeuvreerd met de cabine naast een machtige eikenboom die daar nog door de vorige bewoonster was geplant. Ik heb wat met die eik, ik koester in de voortuin zelfs een jonkie van hem, geplant door een voorzaat van onze nijvere straateekhoorn en door mij beetje in toom gehouden met een snoeischaartje.

Ik deed een schietgebedje dat de eik mocht blijven staan en gelukkig, hij hoeft niet weg,  maar moet op verzoek van de buren gesnoeid worden.  Toch beetje jammer,  want zo’n grote boom biedt onderdak, voedsel en vertier aan allerlei gedierte. Maar over twee jaar zit alles er weer aan en krijgt hij ook weer eikels.

Zo af en toe hoor ik een waarschuwende kreet en er vallen zware takken. Ze zijn met zijn tweeën,  werken afwisselend, eentje bestuurt het bedieningspaneel en de andere zaagt,  Heel eng hoor, zo hoog in de lucht. Zojuist hebben ze de cabine  even laten zakken om te lunchen. Ze deden hun helmen af en ik zag bij de kleinste een fraaie blonde knot te voorschijn komen. Een struise jonge vrouw die kennelijk groot plezier  had in de klus.  Ik bewonder haar. Die had als tiener tegen haar moeder gezegd: “nee mam, studeren is niks voor mij, ik hoef niet hogerop te komenimg_20190114_091456 en dat getut op een kantoor, ik moet er niet aan denken,  ik word hovenier”.

En het is goed uitgepakt, als je geluk hebt kun je als hovenier  ook hogerop komen.

 

Advertenties

De vreugden van de buitensporten.

Neem nou het mountainbiken, T. moet van de dokter meer bewegen en  werkt aan zijn conditie, hij doet mee met een groepje mountainbikers die de hellingen van ons Savelsbos teisteren. Als ze thuiskomen wijzen ze trots op hun besmeurde rug;  “het was een zware tocht, maar het loont de moeite”. Onze mooie limburgse lössgrond ligt daar al eeuwen maar tegen de bosfietsers is die bodem weerloos. Erosie heet dat.

Hoe leg ik het hem uit. Lieve T, zeg ik dan,  die grond die nu aan je kont plakt hoort daar niet, die hoort gewoon op mijn bospaden. Het duurt even eer het kwartje valt, hij snapt het amper want hij kijkt nooit over zijn schouder naar  wat hij aanricht.  En hij en zijn groepje zijn de enigen niet. De wandelaar moet het maar accepteren, van onze mooie hellende paden blijft niks over, ze vertonen  in het midden een diepe geul zodat je behoedzaam wijdbeens aan de randen moet balanceren.  De geelbruinige löss is een uiterst fijne kleigrond,  is het oppervlak eenmaal kapot dan vloeit de bodem niet meer dicht zoals bij zanden.

Maar voor de natuur op de zandgronden is het ook geen lolletje. Staatsbosbeheer maakt bekend dat  op de Sallandse Heuvelrug de  zandhagedissen het slachtoffer worden van de mounbtainbikers.  De dieren zoeken zonnige zandige plekjes om op te warmen en te paren. Dit voorjaar was de oogst honderden platgereden  zandhagedissen. Staatsbosbeheer overweegt nu het afsluiten van de MTB route.  Hoort u het gejammer al?…… <je mag ook helemaal niks meer in dit land>doodgereden zandhagedissenplatgereden hagedissen

De uil die in de notenboom zat.

Lang geleden zongen wij op school het oude volkskliedje van <De uil die in de peerboom zat, en boven zijn hoofd daar zat er een kat, den uil vivat> Kent u dat nog?  Maar niet overal staan perenbomen en voor uilen is een notenboom ook een geschikte uitkijkpost. Gisteren hebben wij dat zelf waargenomen.

Met frisse tegenzin hadden wij in de motregen een lading bollen geplant en de modder weggebezemd, hèhè, die klus was klaar,  het begon al te schemeren. We  veegden onze voeten, rekten onze vermoeide ruggen,  keken omhoog, en daar zat, zomaar om half 5 in de middag,  mijn bosuil  op een lange tak van  de notenboom.  We konden hem goed waarnemen en zagen dat hij met  belangstelling het resultaat van onze ijver zat te observeren; althans, dat dachten wij. Waarschijnlijk was hij alleen maar geinteresseerd in de invloed die al dat geklieder in de natte grond op zijn woelmuizen zou hebben.

We gingen naar binnen  en voerden de kat haar avondprakje.  Toen ze klaar was likte ze haar poot en sprong door het katteluikje naar buiten. “Pas op voor de uil”, waarschuwden wij nog. Maar ze luisterde nauwelijks. Ze vindt zichzelf veel te groot om als prooi voor een bosuil te  dienen en bovendien weet ze dat hij dol is op woelmuizen.  “Hij liever dan ik”,  denkt ze.

Zij bijt die muizen dood, gewoon voor de lol ……maar opeten, ajakkes…..

 

 

>.

De roep van de bosuil.

Eergisteren werd ik wakker van de smekende roep van de bosuil, prachtig geluid is dat toch.  Hij bleef tussen 2 en 4 uur regelmatig roepen. Uilen beginnen vroeg in het jaar  aan de voortplanting te denken, maar deze was misschien iets tè vroeg, de snerpende antwoordkreet  van een vrouwtje heb ik nog niet gehoord.

Ik heb mijn bosuil ook wel eens gezien, in de maneschijn zag ik hem in glijvlucht van de dakgoot naar zijn slaapboom suizen,  geluidloos. Onder de grote berk vind ik wel eens braakballen,  een bevriende bioloog heeft er verrukt een hele avond aan zitten pluizen en stelde tevreden vast dat mijn tuin voor deze bosuil een rijkgedekte tafel is, vol malse woelmuizen. Dus uilendames, geef deze jongen een kans, hij zal voor jullie kuikens een zorgzame vader zijn.

nu ga ik op zoek naar de foto van die tafel vol muizenbotjes. geen idee  hoe ik die heb opgeslagen.

Weg met de bladblazer!

We hebben een schitterende herfst achter de rug. Het was dit jaar mooier dan ooit, al dat stralende  geel en oranje, maar toen het op de grond lag moest ik vegen en nog eens vegen.  Ben drie keer met vier volle bakken naar de bladerkorf bij de kerk geweest , maar toen ik alles had weggebracht deed de notenboom het nog eens dunnetjes over, met joekels van heerlijk geurende bladeren. Bladblazen doe ik niet meer,  dat is een hardhandige aanslag op het kleine leven in mijn tuin.  Wat dacht je van een paar felgroene wantsen, die zich onlangs haastig uit de voeten maakten voor de stormvlagen  van de blazer, en  die salamanders tussen wat gestapelde stenen. Dat kleine gedierte heeft het al zo moeilijk en je wordt niet goed van de bestrijdingsmiddelen in de tuincentra,  daar doe ik niet aan mee. Ik heb de wantsen met blad en al zorgvuldig tussen wat takken gewurmd en daar  mogen ze  met zijn allen gezellig overwinteren. Met de  driehonderdduizend walnootbladeren bedek ik de hoge houtstapel, dat is fijn voor de egel, want ik vermoed dat hij daar  zijn winterverblijf heeft. En al knaagt hij aan mijn bougiekabel en belaagt hij mij kippen, ook de steenmarter mag daar slapen. Of doet dat mormel niet aan winterslaap?

 

Red light district in Barneveld.

Een zeer aktieve vleermuiswerkgroep heeft bij de gemeente Barneveld gedaan gekregen dat in een bepaald buurtje de straatverlichting is getemperd, eigenlijk veranderd, want  ten behoeve van de vleermuizen stralen de lantaarns nu geen geel of wit, maar een roodachtig licht uit. De vleermuizen zullen er wel blij mee zijn, maar de buurt niet, die willen er vanaf:  “het lijkt wel of we in een rosse buurt wonen”, klagen ze.  Die lui van de Veluwe kunnen het weten,  ze komen soms met bussen naar Amsterdam om van  de bedrijvigheid op de Wallen te genieten.

Bets is aan de rui

Bella niet, vreemd is dat. Bella legt ook nog haar dagelijkse ei, terwijl Bets daar resoluut mee is gestopt.

Ik vind het een fout van de natuur, zo’n arme kip aan de rui zetten in januari. Januari was een zachte maand, maar Februari is met lichte vorst begonnen. Vanmorgen zag ik  met zorg  een dun laagje ijs op de vijver en de drinkbak,  maar  gelukkig beginnen er weer donsveertjes op Bets haar kale kont te groeien. En ik dek het hok af met dikke tuin stoelkussens en dubbel dekzeil. Want Bets moet warm gehouden worden.

Intussen bloeit er van alles in mijn tuin, de chamomeles (japanse kwee, kleine struik met gele vruchten in september.) bloeit nu al, met helderrode bloempjes.  De cariopteris prijkt met 1 blauw bloempje en de sneeuwklokjes worden al opzij gedrukt door de veel grotere lenteklokjes.  De winterakonieten, gele bolletjes met leuke groene clownskraagjes, kwamen op 2 januari al tussen de stenen gluren, en zijn nu vol in bloei. en vorige week dinsdag zong de merel, geen roepje maar een echt liedje, al was het maar kort. Omdat de egel nog rondspookt zet ik ’s avonds een bakje kattebrokjes voor hem neer, die zijn ’s morgens allemaal op. Maar wie weet deelt hij ze met de eekhoorn.1-DSCN0526

Het mooiste in mijn tuin zijn de helleborissen, ze dragen een vracht van lichtroze bloemen , soms donker lila,  en dan de Helleboris Foetidus, die bloeit met groen/gele schutbladen.  Helleboris voelt zich lekker in mijn Limburgse grond, ze zaaien zich woest uit en van de  tussen de tegels opkomende scheuten hebben sommigen ook al bloemen.

Poes Dolly  ligt te slapen onder de bank, naast de radiator.  Straks in de schemering  gaat ze de tuin inspecteren. En komt geheid zeker met een muis terug. Al dat moois waar ik zo blij mee ben  gaat aan haar voorbij.

 

Bets en Bella en de bloedluis.

Bets en Bella leggen dagelijks een onbespoten ei, zonder stempels en helemaal clean. jullie vragen je misschien af hoe die twee zonder gif aan de bloedluis ontsnappen. Ik doe mijn best, .gisteren heb ik het  nachthok geboend met groene zeep en spritus en toen het droog was de zitstok en kiertjes ingevet met vaseline. Want de luizen komen ’s nachts, als de kippen slapen. In al die vettigheid kunnen eventuele luizen mijn argeloze kipjes niet bespringen.

Ik vet dan ook nog paar maal per week hun poten in., goed wrijven tussen de schubben. Wisten jullie niet hè, kippen stammen af van de sauriërs en hebben geschubde poten.

De eierheisa wijt ik overigens aan Mariëlle Tweebeke die in Nieuwsuur de onhandige woordvoerder van de NVWA zodanig in de klem zette dat hij uiteindelijk maar gezegd heeft: “als je tot zondag zonder eieren kunt dan moet je ze zolang maar niet eten”. Tweebeke is voor de eierbranche net zo’n ramp als Joep van ’t Heck indertijd voor Buckler.

Het wordt tijd dat er een regering komt, dan hebben de media geen ruimte meer om ons dagelijks de eiercrisis en het vrouwenvoetbal door de strot te duwen.

 

Kippen in de regen.

Kippen hebben haast overal een oplossing voor; toen het zo heet was zochten ze verkoeling in een zelfgegraven kuiltje. Nu het plensregent zou je verwachten dat ze in hun nachthok gaan zitten, daar zouden ze lekker droog blijven Maar liever kletsnat  dan overdag het nachthok in. Ze zitten dus in de bosjes, maar daar gaat het  straks ook doorlekken. Ik kijk peinzend naar de tuinparasol…… misschien…. Maar wacht eens, het kippenhok  staat op hoge poten, daaronder  staat hun voederruifje. Als ik het even weghaal kunnen ze onder het hok schuilen. Toch maar proberen, maar waar staat ook weer mijn paraplu??

De poes heeft een gruwelijke hekel aan regen, veel meer dan de kippen. Zij heeft haar eigen refuge, onder de auto.

En ik, ik ben blij, blij voor de uitgedroogde velden, voor mijn tuin,  en voor mezelf, ik ben  knus aan het breien. Maar denkend aan al die mensen op de campings die op hun werk zaten te smoren in de hitte schaam ik mij diep.

 

Inbrekers en uitbrekers.

DSCN1773 Vroeger, toen de boeven nog fatsoenlijk  en de gevangenissen mensvriendelijk waren, hadden we een knuffeldief en zijn naam was Gerrit de Stotteraar. Hij had zijn populariteit te danken aan zijn bekwaamheid in het ontsnappen, je kon er de klok op gelijkzetten, als Gerrit weer eens in de bak zat lukte het hem altijd weer om uit te breken.

Dat ik deze dagen weer aan hem denk komt door mijn vermaledijde kippen. Die hebben dat ook. Weliswaar kunnen ze uit hun mooie  ruime ren niet ontsnappen, maar ik kan hun smeekbeden niet weerstaan als ze eruit willen. Ze hebben in hun ren alle interessante onkruidjes al losgepikt en opgegeten en ze weten dat elders in de tuin nog veel meer staat. Ik zet dan tegen een uur of elf hun deurtje open en zij gaan meteen aan de slag in het achterdeel van de tuin;  met hun gaaipoten woelen ze randen om en ze laten een spoor van getolereerde vernieling achter, gegarneerd met hier en daar een poepje. Tevreden zijn ze nooit, ze willen mijn hele tuin maar dat mogen ze niet. Ze mogen niet verder dan de klimopbogen.

Dus dat deel heb ik samen met mijn handige buurvrouw afgegrendeld met van dat stijve groene gaas., dat klemmen  wij tegen de buxushaag. Het heeft ze één dag tegengehouden, wij bedenken weer iets anders, maar we weten dat de kippen dat ook zullen kraken..

Het is een wapenwedloop, wij nemen een maatregel en  zij vinden er weer wat op. Net als wijlen Gerrit de Stotteraar.