Categorie archief: sport

De vreugden van de buitensporten.

Neem nou het mountainbiken, T. moet van de dokter meer bewegen en  werkt aan zijn conditie, hij doet mee met een groepje mountainbikers die de hellingen van ons Savelsbos teisteren. Als ze thuiskomen wijzen ze trots op hun besmeurde rug;  “het was een zware tocht, maar het loont de moeite”. Onze mooie limburgse lössgrond ligt daar al eeuwen maar tegen de bosfietsers is die bodem weerloos. Erosie heet dat.

Hoe leg ik het hem uit. Lieve T, zeg ik dan,  die grond die nu aan je kont plakt hoort daar niet, die hoort gewoon op mijn bospaden. Het duurt even eer het kwartje valt, hij snapt het amper want hij kijkt nooit over zijn schouder naar  wat hij aanricht.  En hij en zijn groepje zijn de enigen niet. De wandelaar moet het maar accepteren, van onze mooie hellende paden blijft niks over, ze vertonen  in het midden een diepe geul zodat je behoedzaam wijdbeens aan de randen moet balanceren.  De geelbruinige löss is een uiterst fijne kleigrond,  is het oppervlak eenmaal kapot dan vloeit de bodem niet meer dicht zoals bij zanden.

Maar voor de natuur op de zandgronden is het ook geen lolletje. Staatsbosbeheer maakt bekend dat  op de Sallandse Heuvelrug de  zandhagedissen het slachtoffer worden van de mounbtainbikers.  De dieren zoeken zonnige zandige plekjes om op te warmen en te paren. Dit voorjaar was de oogst honderden platgereden  zandhagedissen. Staatsbosbeheer overweegt nu het afsluiten van de MTB route.  Hoort u het gejammer al?…… <je mag ook helemaal niks meer in dit land>doodgereden zandhagedissenplatgereden hagedissen

Advertenties

Typisch Limburgs.

Ik  had een mooie donkere goulashsoep gemaakt en daar hoort een glaasje Madeira bij. In de drankenshop wachtte ik op mijn beurt, toen er een jongeman binnenkwam om een pak af te leveren. Een knappe jongen met een innemend gezicht, een bekend gezicht….maar nee, toch niet.  De winkeldame tekende de formulieren en ik flapte eruit  “ik dacht even dat ik naast Tom Dumoulin stond”. De andere klanten beaamden het, iedereen kent die kop inmiddels.

“Wie is dat?”, vroeg de jongen onzeker.  Hem werd uitgelegd dat Tom Dumoulin onze wereldberoemde onverslaanbare  fietser is, die de giro heeft gewonnen. “hij is van Mestreech”, verduidelijkte de winkeldame.

“ik ben van Sittard”. zei de jongen verontschuldigend.

 

riolen van Rio.

Sotsji vond ik al een maffe vertoning, maar Rio spant de kroon.

Iedere ochtend  doet correspondente Marion van Royen op Radio 1 verslag van de gruwelen in de achterbuurten,  hoe de politie is opgetrommeld om de favela’s te bezetten, en daar  straatkinderen martelt en doodschiet, bij bosjes.

De stad heeft de infrastructuur van een derdewereldland , de bouwsector is corrupt en heeft gammel haastwerk geleverd,  dus het Nederlandse OC  stuurt nog gauw even wat technici  die de verblijven van <onze> sporters  een beetje bewoonbaar moeten maken zodat de douche werkt. Want onze zeilers  moeten zich fatsoenlijk kunnen wassen als zij  in de van stront verzadigde baai hun kunsten hebben vertoond en we hopen dat niet hier en daar een tribune inzakt.

Het deficit van de spelen  wordt nu al op 6 miljard geraamd. Voor een fractie van dit bedrag zou Rio de Janeiro  kunnen beginnen met zuivering van het zwaar vervuilde oppervlaktewater  dat deze miljoenenstad produceert.

Het is een schandaal dat de multinationale Olympische maffia dit een land als Brazilië aandoet en onbegrijpelijk dat er straks weer  opgewonden wordt gejuichd als  een van ons wat harder loopt of zwemt dan die van een andere land. .

 

 

 

Mont Ventoux.

Jullie wisten het niet, maar de Ventoux is eigenlijk van mij.  Lang voor de hysterie van de wielermedia zo hevig toesloeg, hebben F. en ik daar een paar septemberweken gewoond, aan de warme zuidkant, bij een gezellige boerenfamilie tussen Bédoin en Malaucène. We woonden in een uitbouw van het oude huis en trokken iedere dag de berg in, die dooraderd is met kloven waar het heerlijk geurt naar tijm en bonenkruid. Het was er eind september nog bloedheet, maar we konden bijkomen  aan de stenige oevers van kristalheldere beekjes, die in de herfst toch nog genoeg water bevatten om languit in te liggen, de berg is een enorm waterreservoir. Je hoorde alleen het ruisen van het water en de roep van de dole, de bergkauwen, die ons leken te vergezellen.  In het voorjaar zijn we nog eens teruggeweest, toen bloeiden daar groepjes Turkse lelies,  de gele gentiaan en andere  wilde bolgewasjes. In de boomgaarden in de golvende vlakte werden we begroet door mensen die in een grote kring bezig waren met het ontpitten van abrikozen, of pellen van een soort grote bonen.  Ze droegen  grote strooien hoeden en nodigden ons uit bij ze te het komen zitten. Ze vertelden verhalen die voornamelijk over eten gingen, hoe we de verrukkelijke produkten van hun terroir konden klaarmaken. We hebben ook nog hun mooie liedjes met ze meegezongen. Pas na een week gingen wij de berg eens op, met de auto. Haarspeldbochten en doodenge steile afgronden. Die kale krijtwitte top is pas in de 19e eeuw ontstaan, toen de Franse regering er steen ging afgraven om in Toulon een vlootbasis te bouwen. Ze hadden een sterke oorlogsvloot nodig want Frankrijk lag achter  in de race met de Britten om overal ter wereld koloniën te bemachtigen. Met de gevolgen van al die  Europese expansiedrift  kampen wij nog steeds.  But that’s another story.

mont ventoux 2De campers van de toeristen staan vandaag voor joker op de Ventoux.Het schijnt er zo hard te waaien  dat de Tour naar Carpentras wordt gedirigeerd. Ik zou die mensen willen zeggen: laat dat ding staan en ga lopen, sla een zijpad in en sta versteld over de stille schoonheid om je heen. Het bloeiende bonenkruid en de tijm staan te geuren, en misschien hoor  je de kauwtjes.

 

H